Column

Laat Oma Thuis (O.M.A.)

Column 10 March 2022

“Het is een miezerige dinsdagavond wanneer ik bezig ben met mijn avondroute. Ik werk als verpleegkundige in de wijk en doe mijn route meestal op de fiets. Deze avond, vlak voordat ik mijn fiets op slot zet bij het appartementencomplex van mevrouw D., merk ik dat het steeds harder gaat miezeren. In gedachten ben ik al aan het bedenken of ik niet beter eerst naar huis kan fietsen om de fiets om te ruilen voor de auto, voordat ik helemaal een nat pak haal.

De steunkousen van Mevrouw D.

Omdat ik bij mevrouw D. alleen maar haar steunkousen uit hoef te trekken, besluit ik hierdoor toch eerst naar haar toe te gaan alvorens de fiets om te ruilen. Als ik aanbel bij de centrale deur duurt het even voordat ik haar stem door de intercom hoor. Mevrouw D. is 86 jaar, heeft artrose in haar rug en handen en loopt hierdoor niet zo vlot meer. Ze vraagt wie er aan de deur staat en ik antwoord dat ik het ben. Ondanks dat mevrouw door de intercom kan zien wie er voor de deur staat, moet ze dit vragen omdat ze zeer slecht ziet. Hierdoor kan ze mensen moeilijk herkennen op het beeldscherm.

Wanneer ik eenmaal haar appartement binnenloop, vraagt ze me meteen wat voor weer het buiten is, want ze kan het zelf niet goed zien zo in het donker door haar raam. Ik antwoord haar dat het steeds harder gaat miezeren en ik hierom ook na mijn bezoek aan haar, mijn fiets om ga ruilen voor de auto. “Och, kindje toch. Dan ga ik maar gauw in mijn stoel zitten, zodat je mijn kousen uit kunt trekken”, antwoordt ze. Ik zeg dat ze maar rustig naar haar stoel moet lopen en dat ze zich niet hoeft te haasten.

Dol op kaarsen

Wanneer ze in haar stoel plaatsneemt, hoor ik ondertussen dat het getik van de regen op de ramen steeds hardere vormen begint aan te nemen en ik voel me toch iets gejaagder worden. Ik wil haar dit natuurlijk niet laten merken en zeg ondertussen: “Wat heeft u het hier gezellig in huis met al die kaarsjes aan!” Mevrouw vertelt me dat ze dol is op kaarsen en ik vraag me ondertussen af of het voor haar en voor de veiligheid van de rest van de flatbewoners niet beter is dat ze waxinelichtjes op batterijen gebruikt, in plaats van echte kaarsen. Maar ik hou wijselijk mijn mond. 

Mevrouw heeft haar gebreide sokken al klaarliggen op de salontafel welke ze straks aan wil hebben. Wanneer ik routinematig mevrouw haar steunkousen uittrek en deze over de rollator leg, grijp ik automatisch naar de wollen sokken. “Oh wacht!”, roept mevrouw. “Zou je misschien eerst mijn benen even in willen smeren? Ze zijn zo droog en zelf lukt me dat niet.” Ondertussen hoor ik dat de regen buiten aanzwelt en ik gooi achteloos de sokken terug op de salontafel en sta vlug op om de crème voor mevrouw uit haar kast te pakken.

Drie waxinelichtjes

De geur van verbrand materiaal

Als ik naar de kast loop hoor ik mevrouw achter mij zeggen dat ik haar sokken op de kaarsen heb gegooid en verschrikt kijk ik achterom. Op de tafel staan twee waxinelichtjes en ernaast liggen de sokken. Ik antwoord dan ook dat ze dat niet goed heeft gezien en dat ze ernaast liggen. Daarna vervolg ik mijn weg naar de kast. Als ik de pot met crème uit de kast pak, begint mevrouw achter mij enigszins in paniek te roepen dat ik toch echt de sokken op de kaarsen heb gegooid. Ik zucht en loop snel terug naar de tafel om mevrouw te laten zien dat er niets aan de hand is.

Terwijl ik bijna bij de tafel ben, begint langzaam de geur van verbrand materiaal tot mij door te dringen. Ik grijp zo snel mogelijk de sokken van de tafel af en het blijkt dat er geen twee maar drie(!) waxinelichtjes op de tafel stonden. Ik heb toch de sokken van mevrouw op de brandende kaars gegooid! Met een hoofd als een boei begin ik uit alle macht het vuur in de sokken uit te slaan op de rand van de tafel, wat gelukkig vrij snel dooft.

Ik excuseer mij meerdere malen tegenover mevrouw en kijk beteuterd naar een zwarte schroeiplek en een beginnend gaatje in de ene gebreide sok, mevrouw zelf kan er  gelukkig  smakelijk om lachen maar kan het niet nalaten om mij te vragen of ik dacht dat ze gek was omdat ze het waarschijnlijk niet goed gezien had, schoorvoetend beken ik dat ik er inderdaad vanuit was gegaan dat ze het niet goed gezien had, terwijl ik uiteindelijk diegene was die niet had gezien dat er niet twee maar drie kaarsjes op de tafel stonden.

Nadat ik mevrouw uiteindelijk de benen heb ingesmeerd met crème en de wollen sokken, waarvan één met een brandgat erin, heb aangetrokken en meerdere keren heb aangeboden om nieuwe voor haar te kopen (want breien kan ik niet), loop ik even later het appartement uit. Haasten hoef ik niet meer, want de motregen heeft inmiddels plaats gemaakt voor een flinke bui.

Laat Oma Thuis

Terwijl ik de trap afloop bedenk ik me dat als ik me niet gehaast had, ik de sokken waarschijnlijk niet zo achteloos op de tafel had gegooid en ze ook niet in de brand waren gevlogen. Maar dan bedenk ik mij ineens dat het eigenlijk nog veel kwalijker is dat ik mevrouw bij de eerste keer roepen niet meteen geloofde. Meteen denk ik aan hetgeen wat in de opleiding heb geleerd over luistervaardigheid en communicatietechnieken, waaronder ‘Laat Oma Thuis’, kortweg O.M.A. genoemd. Dit betekent: vermijd oordelen, meningen en aannames.

Soms zijn we als verpleegkundigen en verzorgenden geneigd gaandeweg we een cliënt beter leren kennen om toch onbewust ons oordeel, of in mijn geval een aanname, al klaar te hebben zonder dat we de situatie goed beoordeeld of ingeschat hebben en met die gedachten op de fiets, onderweg in een hevige bui naar de volgende cliënt, besluit ik deze les in ieder geval mee te nemen naar toekomstige situaties.”

Marleen Mol werkt als wijkverpleegkundige bij Buurtzorg Hoogeveen. Via diverse columns voor Medicalhunt deelt ze haar ervaringen als wijkverpleegkundige.